Background
PIJLER 1 Zorg voor het milieu

Ontwikkeling duurzame aardappelrassen


 

De aardappel, van nature een duurzaam product

Bronnen: The OECD Environmental Outlook Baseline projections; Verenigde Naties; Plant Research International, part of Wageningen UR Business Unit Agrosystems research; www.waterfootprint.org

De aardappel heeft weinig nodig om goed en snel vele monden te voeden. Met het oog op 9,8 miljard wereldburgers in 2050 biedt de aardappel uitkomst. Want met aanzienlijk minder water in vergelijking tot maïs, rijst of tarwe, kan met het gewas aardappel in een korte periode goede en hoogwaardige voeding worden geproduceerd. De aardappel heeft vanaf honderd dagen na poten al een oogst voor voedsel of nieuw uitgangsmateriaal. Graangewassen hebben daarvoor een volledig seizoen nodig.

Bron: www.waterfootprint.org (Mekonnen, M.M. and Hoekstra ,A.Y.)
Bron: Kennisplatform Aardappels

Duurzame teelt

We werken aan duurzaamheid om zo de aardappelteelt over de gehele wereld te verbeteren. De aardappel is dan ook wereldwijd in opmars. Zelfs in rijstlanden China en India.
Om de impact op het milieu te verkleinen richten we ons met onze verdedelingsprogramma’s onder andere op:

  1.   Efficiënt landgebruik (hogere opbrengt per m2)

  2.   Milieuvriendelijke teelt (minder gewasbescherming en bemesting)

  3.   Minder verbruik van zoet water

  4.   Versterkte tolerantie tegen abiotische stress zoals hitte, droogte en zout

Veredelingstechnieken

HZPC maakt gebruik van de modernste veredelingstechnieken. Met steeds meer en nieuwe mogelijkheden werken we aan de ontwikkeling van nieuwe, duurzame en verantwoorde aardappelrassen. De HZPC rassen zijn ontwikkeld zonder gebruik te maken van genetische modificatie (non-GMO-verklaring). Dit beleid is bij de ontwikkeling van nieuwe rassen onverminderd van toepassing.

We zien dat er veel wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan met biotechnologie. En dat deze wetenschap de potentie bezit om veel van de zaken die de wereld uitdagen - productie van betaalbare voeding voor een groeiende wereldbevolking - aan te pakken. Vanuit dat perspectief monitoren we de mogelijkheden die de biotechnologie biedt.

Momenteel worden we bij de toepassing van nieuwe veredelingstechnieken, zoals het beïnvloeden van aanwezige genen en cisgenese (het toevoegen van uitsluitend soorteigen genen), nog beperkt door Europese wetgeving die niet is meegegaan met huidige verantwoorde technische ontwikkelingen. Desalniettemin zal, gezien de brede politieke en maatschappelijke discussie, regelgeving en acceptatie van een dergelijke nieuwe technologie door onze stakeholders, altijd maatgevend zijn voor hoe wij werken.

Lees meer over onze
Veredelingsprogramma's en Research & Development
 

Ontwikkelen nieuwe rassen met hogere opbrengst tegen lagere impact


Prestaties van rassen verbeteren

Research & Development (R&D) is een belangrijk onderdeel van onze bedrijfsvoering. Met een breed netwerk aan proefveldlocaties wereldwijd hebben wij de belangrijkste klimaten en teeltcondities in onze ras beproeving opgenomen. Door onderzoek naar de optimale mate van landgebruik, irrigatie en bemesting per ras willen wij de prestaties van onze rassen nog verder verbeteren.
 

Efficiƫnter voedsel voor de aardappel: met weinig, veel presteren

Een aardappelplant levert onder optimale groeicondities vele malen beter. Opbrengstverschillen worden voor 70% verklaard door genetica en voor 30% door omstandigheden zoals klimaat, bodem en teeltmanagement.

Bemesting leek altijd vanzelfsprekend. Vanwege schaarste van grondstoffen en milieuwetgeving wordt nu geheel anders naar bemesting gekeken. Grondstoffen voor de groei, zoals fosfaat worden schaars. Het gebruik van minder meststoffen betekent voor sommige aardappelrassen echter geen optimale voeding. Zo kan een tekort aan bijvoorbeeld magnesium, borium en mangaan de hoeveelheid Alternaria (schimmelziekte) symptomen versterken. Dus wanneer de grondconditie van verschillende nutriënten niet optimaal is kan dit effect hebben op de hoeveelheid Alternaria symptomen.

Om efficiënter met mineralen om te gaan heeft HZPC twee proefvelden met verschillende stikstof-trappen, en één locatie met kali-trappen aangelegd. Voorafgaand wordt de bodemvoorraad gemeten en tijdens de groei wordt met bladanalyse gemeten wat het ras opneemt. In 2016/2017 zijn er twee rassen getest: Panamera en Allison.

Het geeft ons inzicht in het resultaat van stikstof op bijvoorbeeld opbrengst en kwaliteit en de interactie met andere mineralen. Ook kijken we of het ras gevoeliger wordt voor ziekten. We leren het ras daardoor nog beter kennen. Met deze kennis kunnen we nieuwe of verbeterde aardappelrassen produceren die minder ziektegevoelig zijn. Of optimaal presteren onder uitdagende omstandigheden.

Een aantal rassen is inmiddels zo efficiënt in hun nutriëntenopname dat ze met heel weinig toe kunnen om een optimale prestatie te kunnen leveren. Een voorbeeld van een jong ras dat goede potentie heeft voor de stressvolle teeltgebieden is Panamera. Bijzonder aan dit ras zijn hitte- en droogtetolerantie, stikstofefficiëntie en Phytophthora-resistentie. Het ras presteert goed met alleen groenbemesting. Dit resulteert in hogere opbrengsten bij droogte en bespaart kosten (middelen voor gewasbescherming) voor de teler.
 

Resistentie maakt gewasbescherming minder noodzakelijk

Aardappelrassen die minder kwetsbaar zijn voor ziekten kunnen met minder gewasbescherming toe. Dit verkleint negatieve impact op het milieu en zorgt, met name ook in armere landen waar gewasbeschermingsmiddelen duur zijn, voor een goede opbrengst.

In de afgelopen periode zijn drie nieuwe tropische klonen getest, in het bijzonder op Phytophthora resistentie. In deze klimaatzones is namelijk weinig tot geen geld voor gewasbescherming. De geteste rassen blijken zeer geschikt voor het (sub) tropisch klimaat. De eerste  kloon is nu aangemeld voor de rassenlijst.

Daarnaast is het beheersen van Erwinia een onderwerp dat doorlopend onze aandacht heeft. Dankzij het inzetten van een PCR-toets* op basispootgoed, het gebruik van minder veldgeneraties en diverse aanpassingen in de teelt, is het aantal declasseringen van pootgoed vanwege Erwinia de laatste jaren sterk afgenomen.

* Polymerase Chain Reaction - vaak bevatten monsters te kleine hoeveelheden DNA om direct mee te werken. Dankzij de PCR-techniek kunnen we nu het DNA in een monster vermenigvuldigen.
 

Telen van robuuste biologische rassen in 2020 voor de biologische sector

HZPC heeft het convenant 'Versnelde transitie naar robuuste aardappelrassen' ondertekend. En steunt daarmee de inzet van de biologische aardappelsector om via de teelt van robuuste rassen een duurzaam antwoord te geven op Phytophthora. Het doel is om vanaf 2020 een pallet aan robuuste, resistente aardappels beschikbaar te hebben voor de Nederlandse biologische consument.

HZPC is ervan overtuigd dat, wanneer deze rassen in de gangbare teelt worden gebruikt, dit uiteindelijk een grotere maatschappelijke bijdrage levert in de vorm van minder gebruik van gewasbescherming. Omdat het hier gaat om een veel omvangrijkere teelt, geeft het in totaliteit een grotere reductie van gewasbescherming.
 

De water footprint van de aardappel

De productie van voedsel is verantwoordelijk voor 85% van het jaarlijkse waterverbruik in de wereld (Arjen Hoekstra, hoogleraar watermanagement Universiteit Twente in Trouw). Hoekstra ontwikkelde het begrip ‘watervoetafdruk’, een model om inzicht te krijgen in de hoeveelheid water die nodig is om producten en ook diensten te produceren.

De gemiddelde wereldwijde ‘water footprint’ van aardappelen is 287 liter/kg. Ter vergelijking het gemiddelde wereldwijde waterverbruik bij andere gewassen en producten:

Bron: www.waterfootprint.org (Mekonnen, M.M. and Hoekstra ,A.Y.)

HZPC ontwikkelt ook rassen die met minder (zoet)water toch een goede opbrengst kunnen leveren. Een ras met een lage water footprint is bijvoorbeeld de Farida. Deze verbruikt minder water en heeft minder stilstand gedurende irrigatie. In het geval van droogte of verminderde irrigatie wordt de aardappelknol soms kleiner.
 

Klanten inzicht geven in welke rassen te gebruiken ten behoeve van duurzaamheid binnen specifieke omstandigheden

We hebben een overzicht gemaakt van duurzaamheidsindicatoren die van belang zijn bij het kweken en telen van een aantal van onze aardappelrassen. Het overzicht helpt klanten en telers bepalen, op basis van een aantal markt- of klimaatomstandigheden, welke (duurzame) rassen zij kunnen gebruiken die voor hun lokale omstandigheden de beste prestatie leveren.

Bekijk de poster 'Sustainable varieties'
 

Ontwikkelen meetmethode om duurzaamheidsindicatoren van rassen te bepalen

We zijn bezig met het ontwikkelen van een meetmethode om de duurzaamheidsindicatoren te bepalen. Daarvoor zijn inmiddels diverse toetsen en proeven ontwikkeld:

  • Bemestingsproeven
  • Watersafe trial (droogte proeven)
  • Meetmethode reductie verspilling
  • Ziekte & resistentie toetsen
  • Consumentenwaarde
  • Zoutproef
  • Hitteproef